Gevoeltas

32,50

15 stofjes in verschillende gevoelswaarden en kleuren, te gebruiken om zowel de visus, het gehoor, de geur en de tast te prikkelen.

Doel
Inzicht krijgen in nuances als fijn/niet fijn, prettig/onprettig, mooi/niet mooi.

Gerelateerde thema’s
Zintuiglijke waarneming, keuzes maken, leren differentiëren.

Workshop
Wil je meer weten over hoe je dit materiaal goed in kunt zetten? Volg onze workshop waarin we het materiaal aan je uitleggen en relevante toepassingen demonstreren.

Categorie:

Beschrijving

  • Afmetingen stofjes: circa 20 x 20 cm
  • De randen van de stofjes zijn met een lockmachine mooi en secuur afgewerkt
  • Verpakt in een katoenen tas voor handig meenemen en opbergen

De gevoeltas is uitermate geschikt om te gebruiken tijdens observaties, voor sensomotorische oefeningen en groepsoefeningen zoals ‘zoek de voor jou fijnste stof uit de berg met stoffen’. Alle stoffen zijn zorgvuldig uitgekozen, getest en gevoeld. De uniekheid van elk stofje qua kleur en materiaal biedt vele mogelijkheden om de verschillende zintuigen te prikkelen.

Extra informatie

Gewicht 1 kg
Afmetingen 20 × 20 × 5 cm

(Pe)dagogisch praktijkvoorbeeld

Een docent heeft de laatste les voor de grote vakantie voorbereid. Hij nodigt de leerlingen uit om in een kring te gaan zitten en legt in het midden de stofjes uit de gevoeltas neer. De docent vraagt aan de leerlingen om de stofjes goed te bekijken en er eentje uit te kiezen voor de medeleerling die naast hem of haar zit. Aan de hand van het gekozen stofje mogen de leerlingen elkaar symbolisch een positieve wens vertellen.

Therapie praktijkvoorbeeld

Een therapeut vraagt tijdens een sessie aan zijn cliënt om een matje te pakken en deze op een voor hem prettige plek in de ruimte neer te leggen. De cliënt neemt vervolgens plaats op het matje en de therapeut legt een rode, groene en oranje symboolhoepel neer. De rode hoepel staat symbool voor niet fijn/prettig, de groene hoepel voor wel fijn/prettig en de oranje hoepel voor ertussenin. De therapeut gaat voor de cliënt zitten en heeft de gevoeltas met de stofjes in zijn handen. Aan de cliënt wordt gevraagd om zijn ogen te sluiten en zijn handen uit te steken, waarna de therapeut de stofjes een voor een in de handen van de cliënt legt. De cliënt krijgt de opdracht om per stofje hardop zijn gedachten en associaties te benoemen en daarna het stofje in de rode, groene of oranje hoepel te leggen. De fijne stofjes komen in de groene hoepel, de niet fijne in de rode hoepel, enzovoorts. Na afloop kijken therapeut en cliënt samen naar de inhoud van de 3 hoepels. Hoeveel stofjes liggen er per hoepel? Wat zegt dat?